Weimaraner, langhaar

FCI Groep 7 - Staande honden

Herkomst

Een uit Duitsland afkomstig oud jachthondenras, vermoedelijk ontstaan uit kruisingen met een Pointer, of afstammend van Brakken. In de 18e en 19e eeuw gefokt door de Hertogen van Saksen-Weimar.

Uiterlijk

Middelmatig grote tot grote grijze jachthond, krachtig gespierd, van een doelmatig werktype.

Schofthoogte

reuen 59-70 cm, teven 57-65 cm

Gewicht

Reuen 32 - 38 kg, teven 27 - 32 kg

Vacht

Zacht, lang dekhaar met of zonder onderwol, glad of gegolfd. Aan de oorpunten fluweelachtig fijn, bij de ooraanzet lang afhangend. Goede bevedering en broek. Staart met mooie vlag, tussen de tenen goede beharing. Kleur zilver-, ree- of muisgrijs of tinten tussen deze kleuren in. Hoofd en oren meestal iets lichter. Kleine witte aftekeningen op borst en tenen toegestaan. De langhaarvariëteit is recessief tegenover de korthaar, zodat in een nest van twee kortharige Weimaraners langharige puppies kunnen voorkomen, of kortharige met hier en daar wat lange haren.

Gebruik

Goede allround gebruikshond, die systematisch het veld afzoekt; heeft een opmerkelijk goede neus. Scherp op roofwild en verdedigingsdrang aanwezig. Wordt gebruikt voor het schot (voorstaan), maar is ook goed in het werk na het schot (verloren zoeken en apporteren) en kan een zweetspoor goed uitwerken.

Gezondheid

De honden waarmee gefokt wordt, worden röntgenologisch onderzocht op de aanwezigheid van heupdysplasie.

Karakter

Zelfbewust, rustig van aard. Een veelzijdige, makkelijk af te richten jachthond met veel passie, met veel uithoudingsvermogen, maar zonder overmatig veel temperament.

Bijzonderheden

De langharige vacht heeft behalve regelmatige borstel- en kambeurten geen bijzondere verzorging nodig.