Dicht, vrij grof en niet erg kort. Zwarte vlekken op een wit met zwart gespikkelde ondergrond, wat de hond een soort leisteenblauwe weerschijn geeft. Aan beide zijden van het hoofd zijn platen die de oren en ogen omvatten; de platen verenigen zich niet maar laten een witte tussenruimte over met in het midden daarvan een kleine zwarte ovale vlek, die een kenmerk van het ras is. Rode plekken bevinden zich boven de wenkbrauwbogen, op de wangen, de lippen, de binnenzijde van de oren, de ledematen en onder de staart. Er zijn exemplaren met een alleen uit zwarte vlekjes bestaande vacht, wel met altijd een rode aftekening.