Grand Griffon vendéen

FCI Groep 6 - Lopende honden - zweethonden en verwante rassen

Herkomst

Zeer oud ras, originele versie van de Griffons uit de Vendée aan de Franse westkust, waaruit later de Briquet en de twee Bassets zijn ontstaan.

Uiterlijk

Een hond met een licht verlengde bouw, sterk en krachtig met een harmonieus totaalbeeld. Rechte benen, goed ontwikkelde botten en een niet te zwaar, gewelfd en lang hoofd met een zware snor en laag aangezette, naar binnen draaiende oren.

Schofthoogte

reuen 62 - 68 cm, teven 60 -65 cm, met een afwijking van 1 cm naar boven of beneden

Gewicht

ongeveer 35-45 kg

Vacht

Lange, ruige, ruw aanvoelende vacht, met flinke ondervacht. Buik en binnenzijde van de dijen ook behaard. Wenkbrauwen, die de ogen niet mogen afdekken. Zwart met witte vlekjes, black and tan, of reekleur met een zwart dek of zwarte zweem, al dan niet met witte vlekjes; traditioneel genaamd haas-, wolf-, das- of wildzwijnkleurig.

Gebruik

In de jacht zonder en met geweer gebruikt om sporen uit te werken van grof wild (hert, ree, wild zwijn, vos), meestal in een meute, maar ook wel alleen, aangelijnd. Heeft een zeer goede neus en deinst niet terug voor dichte dekking.

Gezondheid

Geen bijzonderheden

Karakter

Gepassioneerde jachthond, moet goed in de hand worden gehouden maar is daarvoor wel toegankelijk.

Bijzonderheden

De ruige vacht vereist extra zorg in de vorm van regelmatig schoonhouden en plukken.