Lange, ruige, ruw aanvoelende vacht, met flinke ondervacht. Buik en binnenzijde van de dijen ook behaard. Wenkbrauwen, die de ogen niet mogen afdekken. Zwart met witte vlekjes, black and tan, of reekleur met een zwart dek of zwarte zweem, al dan niet met witte vlekjes; traditioneel genaamd haas-, wolf-, das- of wildzwijnkleurig.