Dashonden
We kennen binnen de dashonden negen variëteiten. Er zijn drie haarvariëteiten (kort-, lang- en ruwhaar) en drie groottes die bepaald worden naar de borstomvang (standaard, dwerg en kaninchen).
De kortharige Dashond is de meest originele, de andere variëteiten zijn ontstaan door inkruisingen van andere rassen.
Dashonden of teckels zijn veelzijdige jachthonden. Ze jagen boven en onder de grond en voor- en na het schot. Men zegt vaak dat een teckel eigenwijs is, maar dat is niet helemaal waar. Door hun jachtpassie/werkeigenschappen zijn ze zeer zelfstandig en dat wordt vaak verward met eigenwijsheid. Teckels kunnen zeer energiek zijn en erg volhardend. Verder kunnen ze de komiek uithangen als ze hun zin willen doordrijven, waardoor ze heel vaak de lachers op hun hand hebben. Aan de baas zijn ze trouw en aanhankelijk, de ruwharen kunnen wat meer gereserveerd zijn naar vreemden, de langharen zijn het meest zachtaardig. Men ziet duidelijk karakterverschillen tussen de diverse variëteiten, maar ze zijn bijna allemaal waaks, nieuwsgierig en moedig. De kleinere variëteiten zijn vaak wat pittiger van aard dan de standaard. Het is van groot belang dat de teckel goed wordt opgevoed, want het is een grote hond in zakformaat en geeft men hem een vinger, dan neemt hij de hele hand. Ongeacht wat men ook zegt; ook een teckel is onder appèl te krijgen. Teckels kunnen goed overweg met hun soortgenoten. Vogels en knaagdieren kunnen soms op het jachtinstinct van de hond werken, dus hier is voorzichtigheid geboden. Ze kunnen ook met kinderen in huis leven, mits de kinderen de teckel als hond behandelen en niet als speelgoed.