De Lopende honden en zweethonden worden ook wel brakken genoemd. De ruim zeventig jachthondenrassen binnen deze groep laten een grote rijkdom aan vorm, grootte en kleur zien. Ze hebben echter met elkaar gemeen dat ze beschikken over een uitzonderlijk reukvermogen. Brakken jagen op de neus onder het geven van 'luid', het met welluidende stem uitstoten van klanken.
Veel van de brakkenrassen zijn uit Frankrijk afkomstig.
Zweethonden hebben een speciale aanleg voor het opsporen van aangeschoten wild. Als geen ander zijn zij in staat het achtergelaten spoor van bloed- (in jagersterminologie: zweet-) druppels te volgen.
Kortbenige brakken (bassets) ontstonden uit de behoefte aan langzaam jagende honden. De jager kon een basset te voet volgen. Het 'luid- of halsgeven' van brakken is tijdens de jacht van essentieel belang omdat zij hiermee de jager zo laten weten waar zij zich bevinden en wat er zich afspeelt.
De verwante rassen zoals de Rhodesian Ridgeback en Dalmatische hond, bezitten deze typische brakkeneigenschappen in mindere mate. Hun oorsprong, geschiedenis en rastypische eigenschappen rechtvaardigen wel een indeling in deze rasgroep.
Brakken zijn lange tijd gefokt op hun bruikbaarheid. Hou daar rekening mee als u een brak als huishond aanschaft. Zeker de grote honden uit deze rasgroep, maar ook de kleine met veel jachtpassie hebben ruimschoots ruimte en beweging nodig. Alleen dan ontwikkelen zij zich tot evenwichtige huisgenoten. Omdat brakken vaak in groepen of meutes werden gehouden, zijn ze van nature verdraagzaam voor mensen en dieren. Ze hebben het liefste gezelschap (van een soortgenoot) om zich heen.
Sommige rassen die tot deze groep behoren zijn puur gebruikshond gebleven. Hun leven is alleen maar volwaardig als ze in een meute kunnen leven, en regelmatig mee op jacht kunnen. Als huishond worden ze diep ongelukkig en een ramp voor hun omgeving.
Brakken zijn mensenvrienden, enthousiast, aanhankelijk en betrouwbaar. Maar kenmerkend is ook hun eigenzinnigheid. Die eigenschap komt tijdens het jagen goed van pas, maar is voor de eigenaar niet altijd even handig. Als huishond kan de jachtpassie een nadeel zijn. In het vrije veld kan de brak aan het speuren slaan en zo zelf de lengte van de wandeling bepalen.
Daarnaast kunnen deze rassen door hun luide geblaf geluidsoverlast veroorzaken in een dichtbewoonde buurt. Het is dan ook belangrijk dat de socialisatie van de pup goed verloopt om een zo groot mogelijke binding met de baas te krijgen. Met een consequente opvoeding heeft u wel een vriendelijke, aanhankelijke gezelschapshond.