FCI Groep 5 - Spitsen en oertypes

Deze rasgroep bundelt een aantal rassen die als gemeenschappelijke kenmerk hebben dat ze (vrijwel allemaal) heel natuurlijk ogen en teruggaan op oude, soms al duizenden jaren bestaande, rassen en typen. 

Zo zijn daar de poolhonden: trek- en lastdieren die een hulp zijn bij de jacht op robben en ijsberen. De rassen die als team werden ingespannen hebben ten opzichte van andere honden een vredelievend gedrag. Ruziemakers kunnen immers niet met andere honden voor de slee samenwerken.  

Naar mensen toe zijn poolhonden vriendelijk tot onverschillig. Poolhonden werken voor ieder die hen voor de slee spant. Het zijn geharde dieren, want de poolvolkeren, die het zelf ook niet breed hadden, waren gewend hun honden op het uiterste bestaansminimum te houden, soms zelfs daaronder. Toch moesten de honden presteren. De jachtpassie van deze honden is enorm. Dat kwam niet alleen de mens van pas, maar 's zomers ook henzelf, want dan werden ze vaak losgelaten om hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen.

Dan zijn er de Noordse honden. De rassen die binnen deze groep vallen zijn deels veehoeders en -drijvers en deels jachthonden. De veehoeders en -drijvers hebben een vriendelijke, gezeglijke aard. 's Avonds in huis hielpen ze ook wel de kinderen warm te houden. De jachthonden kenmerken zich door een grote zelfstandigheid en moed. Ze blaffen meestal flink. Als spoorzoeker moesten ze de jager al blaffend de plaats aan te geven waar het wild zat en daar op hem wachten, soms urenlang.

Daarnaast maken de jachthonden uit het verre oosten deel uit van deze groep. Eveneens zelfstandige, geharde dieren, die vanuit een natuurlijke aanleg, zonder al te veel aanwijzingen van de mens, hun taak wisten uit te voeren.

Verder is er in deze groep nog een scala aan Keesachtigen te vinden, van over de hele wereld. Dit zijn trouwe, op de mens gerichte honden, meestal met een taak als hofhond en waker. 

Tot slot wordt een divers aantal rassen aangeduid als 'oertypen'. Dit zijn bijvoorbeeld de naakthonden uit Midden- en Zuid-Amerika, en een reeks half-windhonden uit het Middellandse-Zeegebied. 

Al deze rassen fascineren door hun oorspronkelijkheid en natuurlijkheid. Maar die karakteristieken maken het voor een aantal tevens lastig om zich aan te passen aan het dagelijks leven in Nederland. Sommige rassen geven zich helemaal over aan hun jachtinstinct als ze los mogen. Dat roept nog al eens problemen op. Aan de andere kant is het bijzonder mensvriendelijke gedrag van veel poolhonden weer op en top aangepast aan de eisen van de moderne maatschappij.