Als cursisten op onze hondenschool komen trainen, is de eerste les een priveles. Op die manier zien we de pup of hond in een rustige prikkelarme omgeving en kunnen we direct inspringen op (ongewenst) gedrag. We spreken immers allebei een andere taal. Ik vertel als eerste wat de neutraal stand is van staart en oren van hun viervoeter. Dus zeg maar ‘de niks aan de hand stand’ of wel : hoe draagt de hond zijn staart en oren als hij ontspannen is. En welke signalen een hond kan afgeven als hij zeker, onzeker of gespannen is. Door op deze manier naar je hond te kijken kun je houding en het gedrag veel beter begrijpen en leert de cursist hoe hij in mensen ogen ongewenst gedrag kan ombuigen of voorkomen. Leer je pup geen gedrag af, leer hem juist gedrag aan wat je wel wil zien. Stel dat je pup tegen je opspringt zeg dan geen ‘foei’ of ‘laag’ want op dat moment beloon je juist het gedrag wat hij laat zien. Je geeft hem namelijk aandacht voor het springen. Wat je beter kan doen is niet reageren als hij opspringt. Maar wacht tot hij met vier pootjes op de grond staat en dan na een paar tellen geef je een stembeloning en op die manier geef je hem aandacht voor het gedrag wat je graag ziet.
Wat vaak opvalt is dat de meeste pups denken dat ze ‘foei’ of ‘nee’ heten want dat wordt immers de hele dag tegen ze geroepen. Ze kennen alleen dit woord door stemvolume, ongeduld en lichaamshouding waarmee het gegeven wordt. En de mogelijke reactie van de hond is meestal vanuit conflict vermijding. Veel honden kunnen er nerveus of zenuwachtig van worden. Of doordat de baas (vanuit frustratie) in hondentaal eigenlijk aan het mee blaffen is, zal het gedrag van de hond eerder toe, dan af nemen. Als wij naar een hond roepen/schreeuwen dat hij iets niet mag, is het voor ons als mens helemaal duidelijk wat we ermee bedoelen. Een hond verstaat onze taal niet, en dat geroep/geschreeuw komt voor hem dan ook over, alsof wij hem helpen en met hem meedoen in het blaffen.
Als wij gedrag bij honden zien wat wij als ongewenst ervaren reageren wij meestal direct met straf. Voor een hond is het vaak helemaal niet duidelijk dat zijn gedrag voor mensen niet gewenst is. Een pup moet nog zoveel leren. Het is voor een pup niet duidelijk dat hij buiten wel op een stokje mag knagen maar niet aan de houten tafelpoot. Hij moet dus nog leren waar hij allemaal wel op mag knagen. Bovendien moet een correctie aan zoveel voorwaarden voldoen om als straf ervaren te worden en heeft het meestal zoveel negatieve gevolgen, dat het beter is om te proberen een hond op een andere manier duidelijk te maken wat we wel van hem willen. Een hond leert als we haar of hem belonen voor goed gedrag en gedrag wat een hond iets positiefs oplevert, zal zij of hij graag herhalen.
Dit betekend niet dat we een hond nooit iets mogen verbieden. Het kan soms zelfs van levensbelang zijn om een hond te leren stoppen met waar hij mee bezig is of waar hij aan wil beginnen. Maar het zal moeten gebeuren op een manier die geen onzekerheid of opstand veroorzaakt. Als je je verdiept in wat je hond je verteld met zijn houding en gedrag, wordt het opvoeden van je hond nog leuker en veel makkelijker.
Reacties (0)