Vuile pens mag met gemak drie maal per week gevoerd worden daar het bestaat uit glad spierweefsel. Vuile pens bevat een uitstekende calcium/fosforverhouding en is een uitstekende tandenborstel indien het gegeven wordt in mooie grote lappen. Blanke pens heeft voor een hond geen enkele meerwaarde. Deze bevat nog nauwelijks voedingswaarde en is bovendien vaak gebleekt. Onder echte vuile pens verstaat met pensen waaraan of waarin nog maaginhoud zit. Deze maaginhoud is ook ruwe vezel. Schrokkende honden kun je het beste hele grote lappen geven en indien het te klein wordt in stukken knippen. Een andere oplossing is om het in smalle repen te knippen.
Let er bij het geven van botten op dat je altijd botten geeft die in verhouding staan met de grootte van de bek. Dit houdt voornamelijk in dat je geen botten moet voeren die in verhouding te klein zijn. Kippennekken zijn niet aan te raden voor grote honden. Buiten het feit dat het kan leiden tot inslikgevaar wordt ook het gebit van de hond niet optimaal benut: het geven van grote vlezige stukken bot voorkomt tand en tandvleesproblemen. Indien een hond grote stukken bot krijgt wordt het gehele gebit onderhouden en het tandvlees gemasseerd. Geef nooit enkele ribben maar altijd een aantal ribben aan elkaar. Sommige honden blijven permanent vele soorten rauwe botten weigeren. Indien een hond maar één botsoort opeet is dit geen enkel probleem zolang de organen en het spiervlees maar voldoende worden afgewisseld met andere diersoorten. Blijf altijd bij je hond als je een bot geeft, de kans is klein maar er kan áltijd wat misgaan. Ook met botten uit de dierenwinkel! In een goed menu voer je gemiddeld 15% aan bot.
Hoewel vis geen verplicht onderdeel is van een hondenmenu heeft vis wel heel veel goede eigenschappen. Vis is een belangrijke bron van omega vetzuren. Deze omega vetzuren dragen o.a. bij aan de conditie van de huid/vacht, de smering van de gewrichten en zijn tevens goed voor hart en bloedvaten. Je zou daarom één keer per week je hond vis kunnen geven. Goede zogenaamde 'vette' vissoorten die geschikt zijn om aan je hond te voeren zijn bijvoorbeeld: sardientjes, zalm, tonijn, wijting en makreel. Ook voor vis geldt dat je deze wel rauw moet geven: het verhitten van de vis zorgt voor broze en splinterbare graatjes. Bovendien worden belangrijke enzymen en vitamines kapot gemaakt indien je vis verhit. Vis uit blik is geen onderdeel van een volledige voeding maar telt enkel als tussendoortje. Als je vis uit blik neemt is vis op waterbasis aan te raden. Vis op oliebasis kan zorgen voor diaree en bovendien is het erg vet. Vis kun je eenmaal per week of per twee weken in je menu gebruiken. Sommige honden moeten wennen aan het verteren van vis en kunnen wat diarree krijgen. Geef in dat geval wat vis als je ook bot voert of zorg ervoor dat de hond al een bodempje in zijn maag heeft met wat spiervlees. Honden met nierproblemen kun je beter visolie verstrekken.
Het allernatuurlijkste is om hele prooidieren aan je hond te verstrekken. Denk hierbij aan hele konijnen met huid, kop en haar, hele eenden, fazanten, kwartels, kippen, ratten, cavia's, hazen en dergelijke. Completer kan dan natuurlijk niet! De veren, haren en nagels doen dienst als ruwe vezel. Alles mag in zijn geheel worden opgegeten. Als je gevogelte voert zorg er dan wel voor dat de hond ook het vlees erbij opeet. Teveel veren en te weinig vlees kan voor een te harde ontlasting zorgen.
Het menu van de hond mag aangevuld voor de eventuele overige 20% met andere gezonde dingen. Denk hierbij aan eieren. Geef eieren wel in zijn geheel: eiwit bevat een stof die biotine (een B-vitamine) afbreekt. Bij een heel ei is dit geen probleem, omdat het biotine-gehalte in het eigeel voor compensatie zorgt maar indien je het los van elkaar geeft kan dit voor tekorten zorgen. Je kunt 1 ei per 5 kilo hond per week voeren. Een hond die 20 kilo weegt mag er dus vier per week. Je kunt het menu van je hond verder 'aankleden' door hem bijvoorbeeld wat yoghurt of kefir te geven. Gezonde tafelrestjes mogen ook gevoerd worden, evenals groente. Een hond die goed gevarieerd te eten krijgt, behoeft verder geen aanvullingen, het geven van aanvullingen is dus absoluut geen must.
Indien je geen hele prooidieren aan jouw hond voert, en geen vuile pens met inhoud is het raadzaam om wat ruwe vezel aan de maaltijd toe te voegen. Ruwe vezel is een klein percentage onverteerbare stof in de voeding die zorgt voor een goede darmwerking. In de natuur zullen wolven en hondachtige de haren, veren en nagels van hun prooidieren opeten. Je kunt dit nabootsen door aan elke maaltijd wat onverteerbare stof aan de voeding toe te voegen. Denk hierbij aan gehele zaden en noten. Indien je hond regelmatig gras eet werkt dit net zo goed als ruwe vezel. Als je ruwe vezel geeft mag je deze producten niet malen: indien je het maalt heeft het geen functie meer als ruwe vezel doordat de hond de stoffen dan tot zich kan nemen.
In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt eten wolven geen maaginhoud van een prooidier, hooguit indien ze een klein prooidier zoals een konijn verschalken of als er hongernood dreigt: honger maakt immers rauwe bonen zoet. David Mech, een wolfdeskundige, heeft dit ook bevestigd. ( zie ook het boek van David Mech: The wolf, Ecology and Behavior of an endangered species)
Er zijn mensen die beweren dat groenten en fruit een rol spelen als antioxidant, als ruwe vezel en dat deze de voeding van de hond zal aanvullen met vitamines en mineralen. Men kijkt echt teveel naar ons eigen voedselpatroon waar groenten en fruit wel een belangrijke rol spelen. Honden zijn in tegenstelling tot mensen zelf in staat om vitamine C aan te maken.
Dat wolven soms de dunne darminhoud opeten is een ander verhaal. Darminhoud van grazers bevat namelijk wat vetzuren die in de natuur nauwelijks te vinden zijn.
Verder heeft een wolf geen enkel kenmerk meegekregen dat zou moeten wijzen op het feit dat ze plantaardig materiaal nodig zouden hebben. Een beer bijvoorbeeld heeft in de evolutie, door de jaren heen, speciale kiezen ontwikkeld in zijn bek zodat hij is staat is om plantaardig materiaal te kunnen verwerken. Met deze kiezen kan hij plantaardig materiaal verbrijzelen waardoor de celwand kapot gemaakt wordt en hij het tot zich kan nemen. Bij honden moet je planten, groenten, fruit, granen voorbewerken voor een hond ze daadwerkelijk kan benutten, en dat bewijst al voldoende dat ze deze niet nodig hebben.
Dat een hond kan overleven op een strikt vegetarische dieet bewijst inderdaad dat ze in staat zijn om groenten en dergelijke die bewerkt zijn tot zich kunnen nemen, doch zegt het niks over het nut van groenten voor gezonde honden. Dalmatiërs zijn de enige honden die wél wat groente nodig hebben omdat zij een vochtrijke voeding nodig hebben die een laag purine gehalte heeft. Houdt bij Dalmatiërs zo'n 15% groente aan.
Voor de mensen die toch graag groenten willen voeren hier wat voorbeelden van wat je kunt geven. Boven de grond groeiende groenten zorgen doorgaans voor een wat lossere ontlasting. Onder de grond groeiende groenten zorgen voor een vastere ontlasting. Het is wel belangrijk als je groentes wilt voeren dat je ze dan pureert. Honden zijn namelijk niet zelf in staat cellulose af te breken. De groenten dien je rauw te geven, alleen sperziebonen moet je koken. Je kunt indien je groente wilt voeren zo'n 10% van het gehele menu aan groente geven.
Gebruik niet teveel koolsoorten in je groentemix omdat deze zorgen voor gasvorming in de darmen.
Geef geen tomaat, ui en prei, dit is familie van de nachtschade en van de look en veel honden reageren er allergisch op wat zich uit in voortdurend krabben. Ook bestaat er een kans op de ziekte van Heinz.
Boven de grond groeiende groenten: Bloemkool, groene kool, snijbonen, sperziebonen (even koken), boerenkool, spinazie, Chinese kool, rode kool, paksoi, sla, spruitjes, doperwten, witlof, peterselie, kapucijners en komkommer.
Knoflook mag, maar met mate: een teveel aan knoflook kan bloedarmoede veroorzaken.
Onder de grond groeiende groenten: Bieten, wortelen, asperges, selderie en kolraap
Fruit mag ook, maar liever niet samen met je groentemix. Fruitsoorten bevatten wel veel suikers dus geef er niet teveel van. Je kunt het beter beschouwen als tussendoortje. De pitten van de meeste fruitsoorten zijn niet goed voor honden omdat ze vaak blauwzuur bevatten. Verwijder deze dus voor je het aan je hond geeft.
Honden hebben geen graan of rijst nodig. De koolhydraten die een hond nodig heeft kan hij het beste opnemen uit het vlees wat hij nuttigt. Daar is het voor de honden makkelijk opneembaar gemaakt. Toch dient zit er wel een verschil tussen kwaliteitsgranen en de afvalgranen die men in hondenbrokken verwerkt. We weten allemaal dat we een natuurlijk product zoals bijvoorbeeld een ei, in zijn volledige vorm dienen te voeren, willen we alle benutbare elementen die erin zitten evenwichtig tot zijn recht laten komen. Een handje van het volledige product is dan ook te prefereren boven tarwekiemolie. Indien je de hond enkel en alleen het restafval van de graankorrels voert is dit niet meer in balans. Dus als je jouw hond zo nodig granen wilt voeren, voer dan het gehele natuurlijke product. Dit kan, indien in zijn geheel gegeven, overigens ook als ruwe vezel functioneren. Maar het hoort niet thuis in een standaard menu.
Het meeste vlees wat gevoerd wordt is restvlees van wat men overhoudt van verwerking van het vlees voor menselijke consumptie. De beste plek om vlees en botten te halen is bij Islamitische slagers en slachthuizen, zelfslachtende slagers en tegenwoordig zijn er ook internetwinkels die producten thuis bezorgen. Op de markt kun je vaak terecht bij de poelier en voor vis(afval) kun je terecht bij de visboer op de markt. In supermarkten zijn vaak goedkope diepvrieskippen en kuikens te koop. Indien je hele prooidieren wilt voeren kun je het beste contact opnemen met reptielenwinkels en houders. Ook op internet op diverse fora zijn er hele lijsten met adressen door heel Nederland, België en Duitsland te vinden die jou kunnen voorzien in materiaal.